Close

Duurzaam Nederland in 2050: een vooruitblik

Om aan de eisen van het Klimaatakkoord van 95 procent minder CO2-uitstoot in 2050 te voldoen, gaat er in Nederlandse huishoudens en bedrijven in de aankomende dertig jaar veel veranderen. Groene stroom door middel van windenergie op zee, waterstofbussen, zonnepanelen op vuilnisbelten: een vooruitblik naar het Nederland van 2050.

Duurzaam Nederland in 2050: Tot honderd procent minder CO2

Aandacht voor klimaat en verduurzaming wordt steeds belangrijker. Door een toename van broeikasgassen in de atmosfeer wordt er meer warmte van de zon vastgehouden in de atmosfeer van de Aarde, waardoor de gemiddelde temperatuur in de afgelopen eeuw is gestegen. In Nederland zal hierdoor zowel de hoeveelheid en frequentie van neerslag, als het aantal warme dagen gaan toenemen. Met die reden werd in 2013 het Energieakkoord opgezet. Toch lag Nederland in die tijd enorm achterop vergeleken met andere landen in Europa: het aandeel hernieuwbare energie was in 2013 slechts vier procent.

Het tij keert in 2019, met de ondertekening van het Klimaatakkoord, waarin meer dan honderd partijen meewerken. Hierin is het voorname doel een vermindering van CO2-uitsoot in vergelijking met 1990, namelijk met 49 procent in 2030 en zelfs met 95 vijfennegentig tot honderd procent in 2050. Om de omslag te maken naar alternatieven voor fossiele brandstof en aardgas, een transitie nodig naar duurzame energieopwekking, om.

Hiervoor is een afbouw nodig van weinig efficiënte en vervuilende kolencentrales en zullen steeds meer huishoudens stap voor stap van het aardgas af gaan. In 2050 moeten zeven miljoen woningen en één miljoen gebouwen aardgasvrij zijn. Al over tien jaar moet duurzame energiebronnen minstens zeventig procent van alle elektriciteit en minimaal zevenentwintig procent van de totale energie hebben vervangen. Dit geldt voor alle Europese lidstaten.

Duurzaam Nederland in 2050: groene wind en zonne-energie

11,5 miljoen duurzame huishoudens

Waar halen we in Nederland duurzame energie vandaan? Momenteel vindt er voornamelijk duurzame energieopwekking plaats door middel van windturbines op zee, windmolens op het land en door het gebruik van zonnepanelen op daken en in zonneparken. De doelstelling zoals vastgelegd in het Klimaatakkoord, is dat voor 2030 ten minste vijfendertig terawattuur uit zowel zon- als windenergie op het land zal worden opgewekt.

Ter vergelijking: de totale wereldconsumptie aan elektriciteit bedroeg in 2007 meer dan achttienduizend terrawattuur. Die geplande vijfendertig terawattuur voor 2030 zal – voor een klein land als Nederland – voldoende zijn om 11,5 miljoen huishoudens van energie te voorzien. Aankomende jaren kunnen we echter ook nieuwe technieken verwachten voor duurzame energieopwekking, zoals energiewinning uit biomassa, groene waterstof, aardwarmte en restwarmte of gebruik van thorium.

Goedkope windmolens op zee

De Noordzee is enorm geschikt voor het plaatsen van windmolens. Er heerst een windklimaat, waardoor voldoende wind vangen geen probleem is. Bovendien is het een gunstige plek door de kleine waterdiepte en de aanwezigheid van goede havens. De kosten van windenergie op zee zijn in de afgelopen jaren sterk gedaald, waardoor deze manier van energieopwekking een grote rol zal gaan spelen in de weg naar energietransitie.

In 2019 zorgden de windmolens op zee voor een totaalvermogen van één gigawatt aan energie, maar het doel is om dit tegen het jaar 2023 te veranderen. Het zal dan worden opgeschroefd tot een aandeel van 4,5 gigawatt aan vermogen, tot zelfs elf gigawatt in 2030. De totale energie in Nederland zal dan voor 8,5 procent voorzien worden door windenergie die is opgewekt op zee.

Zonnepanelen op vuilnisbelten

Om de doelstelling van Nederland te halen om vijfendertig terawattuur aan duurzame energie op te wekken via wind en zonne-energie op het land, zijn er regelingen getroffen voor grote projecten en bedrijven. Zij moeten daarbij rekening houden met prioriteiten in het gebruik van land. Eerst zullen betrokken partijen moeten nagaan of de zonnepanelen bovenop gebouwen kunnen worden geplaatst.

De zonnepanelen kunnen ook worden geplaatst op onbenut terrein. Dit kan bijvoorbeeld op een creatieve manier. Denk aan het plaatsen van zonnepanelen op vuilnisbelten of in de berm van spoor- en autowegen. Deze regelingen van de zogenaamde “zonneladder” is geïntroduceerd door de overheid, om te voorkomen dat terreinen die ook geschikt zouden kunnen zijn voor bijvoorbeeld landbouw, niet ongemerkt worden verspild aan de plaatsing van zonnepanelen. Het doel is dus om efficiënt om te gaan met de ruimte die er in Nederland is.

Subsidies voor zonnepanelen

Zonnepanelen worden steeds goedkoper. Hierdoor is er geen landelijke subsidie meer is voor zonnepanelen, maar zijn er wel andere financiële regelingen voor huishoudens met zonnepanelen. Zo is er bijvoorbeeld de salderingsregeling. Bij salderen kunnen huishoudens en kleine bedrijven een teveel aan stroom teruggeven aan het elektriciteitsnet en daar vergoeding voor krijgen. Wanneer zonnepanelen namelijk meer energie opwekken dan er wordt verbruikt, kan die als het ware worden teruggeven aan de energieleverancier. Particulieren kunnen ook subsidies krijgen voor energieopwekking met warmtepompen, zonneboilers of biomassaketels.

zonnepanelen op het dak

Minder fijnstof en geluidsoverlast

Een duurzamer leven betekent ook dat we er qua gezondheid op vooruitgaan. Als er meer elektrisch wordt gereden, neemt geluidsoverlast af. Er is zelfs een ziektelast als gevolg van geluid, die tot wel een kwart kan afnemen als er in 2050 in de bebouwde kom drie à vier decibel geluidvermindering is. Gezondheidsgevolgen door luchtvervuiling van dieselrook, stikstofoxiden en fijnstof kunnen ook afnemen. Als woningen aardgasvrij worden, kunnen ook het aantal koolmonoxidevergiftigingen verminderen. Dat zou zo’n tien tot vijftig dodelijke slachtoffers per jaar kunnen voorkomen.

Waterstof in transport

Waterstof kan worden gebruikt bij de verduurzaming van de chemische industrie, voor het verwarmen van huizen, maar vooral voor het transport. In de gemeente Breda rijden gemeentelijke vervoersmiddelen al op waterstof en ook in de provincie Groningen rijden er waterstofbussen. In Duitsland rijden er zelfs al waterstoftreinen, terwijl er in Nederland naast elektrische treinen, ook nog steeds dieseltreinen rijden.

Ook wordt er in Nederland momenteel al grijze waterstof gebruikt, die wordt gewonnen uit aardgas. Echter is die vorm van waterstofwinning verantwoordelijk voor acht procent van de totale jaarlijkse CO2-uitstoot in Nederland. Daarom is er behoefte aan blauwe of groene waterstof. Blauw waterstof is klimaatneutraal, omdat de vrijkomende CO2 wordt opgeslagen: dat kan bijvoorbeeld in gasvelden die tot nu toe leeg zijn en niet worden gebruikt. Bij groene waterstof worden er waterstofmoleculen gevormd door middel van elektrolyse van water, een proces waarbij watermoleculen gescheiden worden. Hiervoor wordt duurzaam opgewekte elektriciteit gebruikt.

waterstof

Aardwarmte en restwarmte

Naast elektriciteit of waterstof is ook aardwarmte of restwarmte geschikt voor het verwarmen van woningen, kassen of leidingwater. Aardwarmte is zelfs een oneindige warmtebron: op vijfhonderd meter diepte wordt er warm grondwater omhoog gepompt, dat vervolgens wordt gebruikt om leidingwater te verwarmen. Als dit diepe grondwater weer eenmaal is afgekoeld, wordt het weer teruggepompt in de grond, om daar van nature weer te kunnen opwarmen.

Warmte die van de industrie, koelingen van supermarkten of vrieshuizen komt, gaat nu vaak verloren. Deze restwarmte ontstaat wanneer koude lucht condenseert naar een vloeistof, waarbij warmte vrijkomt. Die warmte gaat nu verloren aan oppervlaktewater of wordt afgegeven aan de lucht, maar zou een goede vervanging kunnen zijn van fossiele brandstof.

Circulaire economie

Voor een klimaat neutrale toekomst zal ook de infrastructuur, die zorgt voor de aanvoer van energie, warmte, grondstoffen en gassen, moeten worden aangepast. Grondstoffen moeten efficiënter worden gebruikt, bijvoorbeeld door gebruik van planten, bomen en voedselresten als duurzame grondstoffen voor biomassa. Nog liever nog dan platen, halen we de energie uit ons eigen afval: geen enkele grondstof gaat er verloren. Het is ambitieus, maar niet onhaalbaar: over dertig jaar heeft Nederland een “circulaire economie”.